27 februari 2007

Archivarissen in Second Life!

Er liepen al bieb'ers rond. En ook al stamboomvorsers... Maar vanaf nu in georganiseerd verband dan ook archivarissen!

Bij gebrek aan een eigen groep voor onze beroepsgroep in Second Life (SL), heb ik er zelf maar eentje opgezet. En daarbij hebben zich al enkele enthousiastelingen aangemeld. Niet allemaal pure archivarissen overigens, maar dat is juist ook de charme van dit wereldje.

Samen met Donna Dinberg (in SL Dinnie Devonshire) ben ik nu de trotse owner van de groep Archivists of Second Life. En Donna was ook zo vriendelijk om de helft van de stichtingskosten van wel 100 Linden dollars achteraf bij te lappen. Ik weet de exacte wisselkoers niet, maar ik denk dat dit bedrag zo rond de halve euro ligt. Nou, het gaat meer om het idee van samen delen hè!


Op haar dakterras hebben we al wat gebrainstormd over wat er allemaal wel niet mogelijk is. (En voor de goede orde: dat we op de foto geen haar hebben, komt door de trage computer! In het echt heb ik her en der nog wat staan, dus...)

Binnenkort hebben we een eerste vergadering met de nieuwe groep. Belangrijk agendapunt is wat we als archivarissen kunnen betekenen in dit tweede leven. Wilde plannen zat! Van het houden van tentoonstellingen tot het nadenken over archiveringsvraagstukken hier. Stel dat overheden in SL handelingen gaan verrichten die onder een Archiefwet vallen... ;-) Nou, stof tot praten dus...

Dezelfde wereld, maar dan anders
Oh ja, gepraat werd er ook veel op een andere vergadering. Toevallig kon ik aanschuiven bij de groep die zich bezighoudt met het toegankelijk maken van de bronnen in SL en zelfs daarbuiten. Welke doelgroep? Welke informatie? Welke mogelijkheden? Welke velden? Welk systeem? Het lijkt wel werken! (En voor sommigen is dat ook echt zo.)


Als archivaris had ik her en der nog wat specifieke inbreng. Mooi al een pluspuntje voor de nieuwe groep! Maar voor de rest...

Tjee, dat vergaderen valt namelijk echt niet mee hoor. Collega's van het werk, als jullie dit lezen, niet lachen... maar ik kwam er bijna niet tussen daar! Met een man of tien werd er druk gechat, de zinnen vlogen over m'n scherm. En ik zat ook nog niet helemaal in de stof, dus dit was hard werken hoor!

Desgevraagd begreep ik ook dat ik de enige was met dit probleem... Alhoewel mijn idee voor een wat andere behandeling van de dingen wel eventjes werd overgenomen. Maar goed, alles went. Stoel extra nodig? Die tover je uit je inventory, je digitale broekzak zogezegd. Maar dan een ter grote van een warenhuis. Makkelijk hoor.

De vergaderstijl was informeel, maar toch ook zakelijk, er zijn wat afspraken gemaakt en in werkgroepjes worden onderdelen verder uitgewerkt. Het wat is besproken, verder gaat het over het hoe. Nogmaals, het lijkt m'n eerste leven wel.

Oké, alleen praat ik daar zelf wat meer... ;-)

25 februari 2007

Brandgagement

Zo, op het BHIC doen we dus aan brandgagement. Wist jij het? Ik niet... terwijl ik het toch echt zelf heb bedacht... ;-)

Door een tip van een oplettende collega kwam ik op het spoor van een artikel hierover op de website van het NOS Journaal, met filmpje. Enkele quotes uit dit artikel:

Op zijn weblog beklaagt UPC-abonnee Gerard Bierens zich over de kwaliteit van zijn digitale televisiekanalen. Of ze zijn helemaal niet te ontvangen, of ze zijn onzichtbaar door een digitale sneeuwbui.

De kabelaanbieder laat het er niet bij zitten en reageert per mail en telefonisch. Twee dagen later komt een monteur langs om de boel te repareren.

Was het toeval dat UPC de klacht opmerkte? Nee, want het bedrijf houdt er een webcareteam op na, dat logs, internetfora en andere sites screent op discussies over UPC. UPC mengt zich in de discussie op internet of neemt, zoals in het geval van Gerard Bierens, contact op met de klant.

Brandgagement wordt dit verschijnsel genoemd. Het lijkt voor bedrijven de aangewezen reactie op de digitale klant.

Dat bedrijven tot nu toe terughoudend zijn komt doordat ze de controle in de communicatie met de klant niet willen verliezen. (...) Maar die bedrijven vergeten, (...) dat de discussies over hun producten toch worden gevoerd. Of ze daar nu zelf aan deelnemen of niet. 'Bedrijven hebben niets meer te kiezen, maar dat weten ze nog niet.'


Het gaat hier vooral over commerciële bedrijven, denk je. Die willen producten verkopen, klachten voorkomen of indammen, klanten inzetten voor marketingdoeleinden enzovoort. Heel anders dan archieven? Nee dus, in wezen niet.

Archieven en brandgagement
Eenvoudige voorbeelden? Volg de openbare discussiegroep Genealogie Benelux maar eens een tijdje. Dit is een van de grotere discussiegroepen op het gebied van genealogie in ons landje. Een e-community dus. Er zijn ook veel regionale groepen.

In die groepen wordt heel wat afgediscussieerd door iedereen. Ook worden ervaringen gedeeld, zoals na een archiefbezoek. Goede en slechte. Niet altijd wordt zo'n ervaring ook aan de desbetreffende archiefdienst doorgegeven. Soms wel (en soms wordt de reactie door het archief zelfs weer door de klager in de discussiegroep geplaatst.)

Een verschrikkelijk bezoekersreglement, slechte kopietjes, te dure koffie... Maar gelukkig valt het aantal echt serieuze klachten wel mee hoor.

Ook om andere redenen is het echter goed om dergelijke discussiegroepen te volgen. Zo worden er regelmatig vragen gesteld, die mensen hebben na hun archiefbezoek. Op de studiezaal kwamen ze er door onduidelijke aanwijzingen niet uit, dus proberen ze het bij collega-onderzoekers via internet. Teleurgestelde klanten.

Het BHIC en brandgagement
Ook archieven, zoals het BHIC, hebben een product, hebben iets te verkopen of te bieden en hebben klanten met wie ze in verschillende situaties willen communiceren. Misschien wat minder commercieel dan een bedrijf als UPC uit het filmpje, maar toch.

Het BHIC volgt dus hoe langer hoe meer enkele discussiegroepen. Dat heeft al verschillende positieve reacties en tevreden klanten opgeleverd. Ik geloof sterk dat deze manier van communiceren met klanten in de toekomst steeds belangrijker en normaler wordt. En ik ben blij dat knappe koppen er nu een mooie term voor hebben bedacht, brandgagement.

Controle? Meerwaarde!
En ja, dan die laatste quote. Inderdaad krijg je te maken met de rolverandering waarover ik het al eerder had. Je bent slechts een deelnemer aan een community. De een-op-een-communicatierelatie met je klant verdwijnt, je beweegt je in een groep.

Verlies je controle? Och, da's wat negatief gezegd. Bewijs je meerwaarde voor de klanten in dit soort communities en je krijgt die controle op een andere manier weer terug. Als je al controle wilt...

23 februari 2007

En toen waren er genealogen...

Wie waren er eigenlijk het eerst? Archivarissen of genealogen? Ik weet het niet, maar in Second Life (SL) waren het in ieder geval de genealogen. En bij gebrek aan archivarissen hebben ze maar alvast hun eigen studiezaal gemaakt... ;-)


Kortom, voor de genealogen is een tijdje terug een eigen groep opgericht en een eigen gebouw digitaal opgetrokken. In dat gebouw zijn - heel modern - veel computers opgesteld. Als je die aanraakt, krijg je links naar online bronnen: websites van nationale archiefdiensten, handleidingen bij onderzoek, databases met persoonsnamen enzovoort.


Ik heb daar ook maar een link naar onze eigen nationale trots gelegd. Bloemen zijn niet nodig hoor, maar het lijstje is nu gewoon wat completer. Voor de rest mist er natuurlijk nog veel meer.

Zo beginnen deze genealogen pas zo ongeveer halverwege de oceaan met hun werkzaamheden. Veel links naar passagierslijsten en emigratiebestanden bijvoorbeeld. Ook is er nu een thematentoonstelling over Afro-Amerikaanse genealogie te zien. Dit alles komt natuurlijk door de specifieke achtergrond van de huidige deelnemers aan de groep. Veel Amerikanen, Australiërs enzovoort. Te weinig Europeanen nog.

Ze waren dan ook maar wat blij toen ik in beeld kwam. Ook wel eens leuk om te horen... ;-) Omdat er nu ook kennis van de andere kant van al dat water bijkwam. Geen overbodige luxe natuurlijk.

Maar serieus, dit is natuurlijk een heel mooi voorbeeld van hoe zo'n virtuele wereld als SL ons kan helpen. Hoe vaak krijgen wij geen vragen over emigranten naar Amerika, Australië of Canada? Via SL kom je steeds gemakkelijker in contact met overzeese specialisten. Niet alleen fijn voor onszelf, maar ook voor onze klanten. Zomaar als voorbeeld.

Ook in tegenovergestelde richting werkt dit trouwens voordelig. Zoals Dinnie - waarover direct meer - het mij vertelde: 'There are always folks who do not know how to "jump the pond" when doing their genealogical research to be able to find and use the European repositories.' Nou, komt dat even goed uit!

Verder zijn de genealogen van plan om lezingen te organiseren, meer tentoonstellingen op te zetten en kennis uit te wisselen. Ach, zoiets moet groeien natuurlijk.

...en toen pas archivarissen!
Tja, want die kwamen dus wat later hè. Ik kon er in het begin nog maar weinig vinden. Uit wanhoop heb ik me toen maar bij de bibliothecarissen aangesloten. Dat bevalt overigens prima.

Omdat in andere landen veel bibliotheken ook archieven beheren, had ik een slim plan bedacht. Via de biebgroep wilde ik proberen andere archivarissen te vinden. Dus maar eens een kaartje rondgestuurd... en dat werkte nog ook!

Zo kwam ik in contact met Dinnie Devonshire. In Real Life (RL) heet zij Donna Dinberg. Ze werkt bij Library and Archives Canada. Zelf is ze trouwens bibliothecaris, maar met veel interesse voor archieven. Ik ontmoette haar op het dakterras van het Canadian Nexus gebouw. Een soort ontmoetingsplaats voor Canadese bieb'ers in SL.


Met Donna sprak ik over wat archivarissen in SL te zoeken kunnen hebben. Ze is lid van de genealogische groep in SL en geeft in RL veel presentaties aan collega-bieb'ers en archivarissen. En ze heeft leuke ideeën.

Voor aankomende zondagavond - tja, die tijdzones hè - hebben we een afspraak gepland. Voor het eerst staat er dus een SL-afspraak in mijn RL-agenda... Een mijlpaal!

Maar let op, want voor veel digitale poppetjes die ik tegenkom, is SL dus helemaal geen tweede leven. Het is zelfs een deel van het werk in hun eerste leven (en daarnaast ook vaak nog wat hobby hoor).

Eigenlijk werkt het voor hen en voor mij een beetje als een verlengstuk van internet, e-mail, discussiegroepen en dergelijke. En in de toekomst zal dat wel sterker worden. Misschien dat internet en virtuele werelden steeds verder worden geïntegreerd. Ik geloof daar wel in.

Maar goed, wordt dus zeker vervolgd!

21 februari 2007

Zin en onzin van e-communities

Ik wilde het vandaag over wel tien andere dingen hebben. Maar m'n aandacht werd getrokken door een bericht op Het Archiefforum | co-blog. Dat was weer overgenomen van de Marketing & Communicatie Blog.

De quote waar het om gaat:

In most online communities, 90% of users are lurkers who never contribute, 9% of users contribute a little, and 1% of users account for almost all the action.


Het bericht op de Marketing & Communicatie Blog gaat vooral in op de vraag hoe representatief deze kleine groep van fanatiekelingen is voor de totale groep. Vanuit het oogpunt van marketing natuurlijk interessant om te weten.

De zin van e-communities
Je kunt die vraag ook breder stellen. En dat doet Het Archiefforum | co-blog. Wat is de meerwaarde, de zin van e-communities voor de erfgoedsector? En wat de onzin? Tja, dat vraagt om een reactie hè?

Zin en onzin wordt in dit geval afgemeten aan de hand van het aantal actievelingen. Velen dragen niks bij, sommigen iets en een enkeling veel. Prima, maaruh... wat is dan eigenlijk het verschil met vroeger en nu? Om daar eens mee te starten...

Kranten hebben veel lezers. Sommige lezers schrijven wel eens een brief naar de krant voor de brievenrubriek. Slechts een enkeling maakt daar een sport van. Doeken we de kranten op?

Onze studiezalen worden per jaar duizenden keren bezocht. Van sommige bezoekers zie je daarna de onderzoeksresultaten terug, bijvoorbeeld als ze vol trots een boek komen afleveren. Slechts een enkeling overstelpt je met indexen, artikelen, kennis - gewoon lange verhalen hoor - enzovoort. Sluiten we onze studiezalen?

We leven in een informatiemaatschappij. Of loop ik alweer achter? Nou ja, in ieder geval is informatie belangrijk. De meeste mensen consumeren die. Daar is informatie ook voor bedoeld. Sommigen doen er iets meer mee. En een enkeling weet van geen ophouden.

Niks nieuws onder de zon.

Vrijwilligers op de tennisclub
Zelf mag ik graag een potje tennissen. Ik doe m'n best, goed word ik nooit. Maar het is een fijne sport en gezellig ook. Die gezelligheid komt vooral door veel vrijwilligers die dagelijks met het tennispark bezig zijn. Bloemetjes water geven, bardiensten draaien, toernooien organiseren. Dat soort dingen.

Soms hoor je nog wel eens klachten van zo'n vrijwilliger. Over een ander, die niks doet op de club, maar wel altijd iets te mauwen heeft. En dat klopt... voor de tennisclub. Want diezelfde persoon kan op de voetbalclub weer héél actief zijn. Van sommigen weet ik dat het zo is.

Dus iemand die in de ene e-community een lurker is, kan in een andere community best een actieve contributor zijn. Dat moet ook even gezegd.

Rekent u even mee?
Ha, op het werk zouden ze me uitlachen, als ze wisten dat ik over cijfers zou gaan schrijven. Wanhoop niet, door persoonlijke beperkingen ben ik namelijk gedwongen het simpel te houden... ;-)

Stel dat een bepaalde erfgoedcommunity 10.000 leden kent. Volgens de onderzoeken zouden daarvan 1.000 leden af en toe iets bijdragen aan de community, 100 leden zouden heel veel bijdragen.

Laat ik eerlijk zijn: dat is toch een hele mooie score?! Ik weet niet hoeveel unieke bezoekers de website van het BHIC trekt. Maar als daarvan 10% af en toe iets aandraagt - een foto, een verhaal of wat dan ook - dan zou dat heel mooi zijn. Zeker omdat je ook nog die enkelen hebt, die van geen stoppen weten...

Onze website of community lijkt wat op die krant. Die willen veel lezers gewoon tot zich nemen. Tenminste, het nieuws en zo daarin. En dat geldt voor onze site of zo'n community ook. Veel deelnemers daaraan willen gewoon af en toe in hun behoefte naar historische informatie worden bevredigd. Niks bijdragen, gewoon leuk plaatjes kijken en verhaaltjes lezen. Allemaal klanten hoor!

Kortom
Mijn conclusie is dus simpel. Aan de ene kant is er niks nieuws onder de zon. Ook niet digitaal. Aan de andere kant zijn de cijfers, als je even doorrekent, helemaal zo slecht nog niet.

Die kleine groep kun je verder niet als representatief beschouwen voor de grotere groep. Maar je mag ook het nut van e-communities niet ophangen aan het aantal actieve bijdragen. Een community is namelijk meer dan dat.

Of ben ik zelfs voor een optimist te positief?

19 februari 2007

Wie ben ik?

Ik heb me voorgenomen om iedere twee dagen op deze blog een stukje te plaatsen. Vandaag moet er eigenlijk hard gewerkt worden: stofzuigen, wassen, poetsen, boodschappen doen, cake bakken enzovoort... Daarom maar een keer wat achtergronden bij mijn persoontje en bij deze blog. Over mezelf kan ik namelijk wat sneller typen!

Wie ben ik?
Ik ben dus Christian van der Ven. Als studiezaalcoördinator werk ik op het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) in 's-Hertogenbosch. Omdat ik een geweldig team om me heen heb, hoef ik daar steeds minder te doen... ;-)


Nee serieus, ik werk me natuurlijk suf. Alleen houd ik me steeds minder met de dagelijkse studiezaaldingen bezig. En steeds meer met veranderingen in de organisatie. Zo groeien die dingen blijkbaar. Dat klinkt trouwens ook wel weer erg zwaar... Nou ja.

Wat wil ik?
In ieder geval ben ik op het BHIC gestart met het project 'Op weg naar het Zuidland'. Dit project concentreert zich op virtuele communities en de kansen en mogelijkheden hiervan voor ons vakgebied. Vooral op het vlak van de dienstverlening. Daar ben ik het beste in thuis en op het BHIC is dat ook een speerpunt.

Belangrijk in het project is het reflecteren op de toekomstige rol en de veranderende mentaliteit van archivarissen. En dat aan de hand van concrete dingen die we zien en vage dingen die we denken.

(Oké dan, voor het geval collega's dit ook lezen... Die vage dingen komen vooral van mij af... Maar de anderen richten zich op concrete dingen hoor! Ik probeer het voor ons allemaal leuk en interessant te houden hè?)

Eigenlijk lopen we met dit project vooruit op de voortdurende ontwikkeling van onze virtuele studiezaal, de website. En gaandeweg doen we direct nieuwe inzichten op, die we meteen voor de website kunnen gebruiken. Op verschillende termijnen werpt dit project dus z'n (digitale) vruchten af. Mooi om te zien!

Wat wil ik... met deze blog?
Oh ja, en deze blog dan? Die past wel in bovenstaand verhaal. Maar geeft me nòg iets meer ruimte om naar links en naar rechts te springen. Alleen dan zonder dat collega's daar meteen de dupe van worden... Als je begrijpt wat ik bedoel.

Zo ben ik dus inmiddels actief in Second Life. Ik denk namelijk dat dergelijke communities in de toekomst een steeds grotere rol gaan spelen in onze dienstverlening. Het ligt er natuurlijk aan hoe het zich allemaal ontwikkelt. Maar in het bibliotheekwezen zie je al hele leuke dingen gebeuren.

Nou goed, daar schrijf ik dus regelmatig over. En verder over andere zaken die ik tegenkom. Dingen waarvan ik denk dat we er in de (soms nabije) toekomst iets mee kunnen als archivarissen: web 2.0, chatten, wiki's, tagging... Dat soort dingen. Komt allemaal nog terug hoor.

De doelgroep van deze blog is wat beperkt hè? Archivarissen... en dan nog niet eens allemaal. Maar ik hoop zo ook weer vakgenoten te treffen die met ongeveer hetzelfde ideeënwerk rondlopen. Of juist met andere ideeën. Er is nog weinig gezamenlijk contact over deze en andere onderwerpen. En dat is eigenlijk erg jammer.

Je kunt met me mailen of chatten. Rechts zit voor dat laatste een venstertje. Maar gewoon een reactie achterlaten op deze blog kan natuurlijk ook.

Second Life in Rondom 10
Toch ook nog een aanvulling van andere aard. Afgelopen week besteedde Rondom 10 (NCRV) aandacht aan Second Life (en een computerspel, dat ook draait om een virtuele wereld). Vooral het gevaar van verslaving kwam aan bod. Ach, eigenlijk weinig nieuws, maar voor de discussie wel aardig om te bekijken.

De uitkomst is dat niemand bij voorbaat tegen dit soort virtuele werelden is. Maar dat - zeker voor sommige verslavingsgevoelige mensen - het gevaar dreigt van excessen. Als mensen bijvoorbeeld zoveel bezig zijn met hun tweede leven, dat hun echte leven eronder gaat lijden. Als je gelukkiger bent in je tweede leven dan in je eerste, echte leven. Duidelijk.

Tja, zover ben ik zelf nog lang niet hoor... ;-)

Nu dus dan toch eerst maar eens gaan stofzuigen in m'n eerste leven! Het stof op de vloer is namelijk echt, niet virtueel... Jammer eigenlijk!

17 februari 2007

Bieb'ers in SL

Een vorige keer schreef ik iets over Second Life (SL) in 't algemeen. Dit keer een bericht over de biebs in SL. Het barst er bijna van. Van bieb'ers ook trouwens...

Er zijn al zo'n 400 bieb'ers - bibliothecarissen - actief in SL. Die lopen en vliegen verspreid over negen zogenoemde eilanden rond. (Met een eiland wordt een grote lap grond in SL bedoeld, waar iets te doen is. Het hoeven dus niet altijd echt aparte eilandjes te zijn of zo.)

Het centrale eiland is InfoIsland. Dat trekt zo'n 4.000 bezoekers (!) per dag. Het eiland Cybrary City, waar Real Life (RL) bibliotheken zijn gevestigd, krijgt nog eens zo'n 1.000 keer bezoek op een dag. En dan zijn er nog wat andere eilanden.


Er zijn allerlei biebs te vinden in SL. Uit landen, zoals Australië en Canada. Maar ook rond bepaalde onderwerpen. Zo zijn er medische biebs of biebs rond ICT en zo. En daarvan lopen dan ook weer specialisten rond.


Wat doen bieb'ers in SL?
Tja, wat al niet hè? Bijvoorbeeld vragen beantwoorden. Vragen over SL ('Waar kan ik info vinden over het zelf maken van kleren voor m'n digitale poppetje?'), maar ook vragen over RL.

Grappig, niet? Waarom stellen mensen die vragen in SL, denk je? Waarom niet aan hun eigen bieb? Of zoeken ze het antwoord niet via Google of Wikipedia? Ach, doen ze ook wel... misschien. Maakt eigenlijk ook niet uit waarom ze het in SL doen. Ze doen het. En ze krijgen nog antwoord ook!

De bieb'ers in SL hebben zich verenigd in groepen. Een algemene groep en wat gespecialiseerde subgroepen. Sommige bieb'ers doen als individuele vakgenoot mee. Anderen mogen zelfs vanuit het werk meedoen. In ieder geval is er ook een soort van dienstrooster gemaakt. Zo is er bijna altijd wel een bieb'er op het centrale plein aanwezig om bezoekers te woord te staan. Pro-actief natuurlijk.

Nou, ze doen nog meer, zoals het geven van rondleidingen. Zo kon ik toevallig zelf bij een klein groepje aansluiten, dat net de centrale bibliotheek op het eiland ging verkennen. Wat is er te vinden? Hoe werkt dat dan? Dat soort dingen.


Ook worden boekbesprekingen gehouden. Daarvan heb ik ook wel een bijzondere bijgewoond. De auteur van dat boek - ik weet niet meer welk - besprak z'n boek, maar deed dat iedere keer vanuit 't perspectief van één van de personages uit z'n boek. Steeds een ander. En hij verkleedde z'n poppetje ook iedere keer naar gelijkenis van dat personage. Heel erg leuk hoor!


Wat doen bieb'ers ècht in SL?
Da's dus allemaal leuk. Echt leuk! Maar ook serieus. Bibliotheken betreden een nieuwe wereld hiermee. Ik sprak - chatte - met verschillende bibliothecarissen om te vragen naar hun ideeën en ervaringen. Ze willen stuk voor stuk ontdekken wat de mogelijkheden zijn van SL voor hun digitale dienstverlening. SL als vorm van een community. Een soort community, zoals ze met mij denken dat in de nabije toekomst heel normaal gaat worden.

Zoals gezegd, de meesten doen dat ontdekken uit eigen beweging. Een soort werk als hobby. Maar sommigen doen dit ècht vanuit het werk. Er zijn in Canada en Australië al grote projecten rond dienstverlening in SL. Vooral vanuit gespecialiseerde hoek. Daar kom ik vast nog op terug.

Nou, tenslotte twee aardige links om nog wat verder te lezen over bieb'ers in SL:


Later meer!

Reuters
Oh ja, een klein dingetje nog. Eigenlijk een correctie op het vorige bericht over SL.

Reuters heeft een eigen nieuwscentrum in SL. En ook een eigen correspondent, Adam Reuters. En hier kreeg ik recente cijfers over de bewoners van SL. En wat blijkt? Europa leidt nu! En Nederland staat op plek vijf van meest actieve landen.

Nog niet de verdienste van onze beroepsgroep, maar dat komt nog... ;-)

15 februari 2007

Chatten met Al@din

In de jaren negentig van de vorige eeuw ontdekte het grote publiek internet. Een nieuwe wereld! Internet werd toen zelfs nog met een hoofdletter geschreven... Nu ook nog wel eens hoor, maar dan meestal alleen aan het begin van de zin.

En hoe gewoon wij e-mail vandaag de dag ook vinden, in die tijd was dat compleet een hype. Op mijn school werd over en weer druk gemaild. Zat iemand helemaal aan de andere kant van de bibliotheek (die toen ineens mediatheek ging heten)? Stuur een mailtje! Als je jong was, dan schreef je geen brieven meer, je stuurde mails. En veel ook! Mail was de toekomst. Ik ben ermee opgegroeid...

Tjee... wat verandert er veel in tien jaar tijd hè? Mijn neefje en nichtje - leeftijd middelbare school - sturen echt geen mailtjes meer hoor. Mail de toekomst? Voor jongeren? Voor bejaarden, zul je bedoelen... De jeugd van tegenwoordig chat! Zie ook mijn bericht over chatten met de Kindertelefoon.

Chatten met Al@din?
Met de online vraag- en antwoorddienst Al@din hebben de Nederlandse bibliotheken al jarenlang een kindje waar ze trots op mogen zijn. En de archiefdiensten jaloers.

Maar de populariteit van Al@din neemt alweer af... Minder bezoekers en minder vragen. En dat terwijl elders op internet nieuwe vraag- en antwoorddiensten populairder worden, zoals het Nederlandse Kwero.nl. Tijd dus om nieuwe manieren van communiceren aan te bieden, zoals chatten!

In oktober en november 2006 is daarom een landelijke pilot georganiseerd. Meer dan twintig bibliotheken deden mee. Ze hoopten ervaring op te doen met het verstrekken van informatie via chat. Maar ook werden concreet een aantal verschillende programma's getest. Uiteindelijk heeft de pilot geleid tot een rapport met een advies aan de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) over chatten met Al@din.

Om kort te gaan, hier het advies aan de VOB:

Start op zo kort mogelijke termijn gesprekken met Chatfone [da's een programma - DDA], leg hen aanvullende wensen voor en open onderhandelingen om de chatservice te faciliteren voor één jaar.

Organiseer een team van enthousiaste, competente al@dinmedewerkers die op Informatie Service niveau vragen gaan beantwoorden die afkomstig zijn van bibliotheekwebsite uit het hele land.

Treedt met de deelnemende bibliotheken in overleg om zo ruim mogelijke bereikbaarheidstijden te realiseren, ook buiten de traditionele openingstijden van de fysieke bibliotheek.

Volg de ontwikkelingen bij QuestionPoint Chat [da's een ander programma - DDA] op de voet, om te constateren of verbeteringen in het programma zo duidelijk zijn dat de keuze voor Chatfone moet worden overwogen na het eerste jaar.


Mijn reactie: hulde!

Nu maar hopen dat de VOB dit advies overneemt... ;-)

Al@din 2.0?
Het gaat de laatste tijd steeds meer over web 2.0. Ja, ja... dat komt op deze blog zeker nog ter sprake hoor. In ieder geval is gebruikersparticipatie een steunpilaar van die tweede versie van het web.

In het NRC Handelsblad van 7 februari 2007 staat een leuk artikel over Al@din. Daarin wordt aan het einde door Edwin Mijnsbergen een soort Al@din-community voorgesteld. Eigenlijk een soort Al@din 2.0.

Maar in het discussieforum, dat bij dit rapport is opgezet, heeft een zekere Esther een ander idee: Sindb@d, het 2.0-broertje van Al@din. En wel omdat gebruikersparticipatie de betrouwbaarheid van het systeem aan kan tasten. Hmmm... Maar de discussie is het lezen waard hoor!

Geeeeuw... Geen energie meer nu om nog leuke plaatjes te zoeken... ;-)

13 februari 2007

Second Life

For English translation, please see the blue text below

Het vorige bericht was wat aan de lange kant. Voor wie mij kent geen verrassing... ;-) Maar voor een blog een beetje vreemd. Sorry dus, ik zal er voortaan op proberen te letten.

Second Life
In Mijn eerste klant heb ik wat laten zien van Second Life (SL). Dit keer iets meer daarover. Wat is SL? Wat kun je ermee? En, over een tijdje, hebben archivarissen daar iets te zoeken?

SL is een virtuele 3D-wereld. Een wereld die compleet door de bewoners daarvan is bedacht en gebouwd. Het ziet er allemaal net zo uit als in een computerspel, maar dan met echte mensen. Als je in de wereld van SL stapt, maak je om te beginnen je eigen digitale poppetje. Dat ding - je avatar genoemd - kun je zo veel optutten als je wilt. Sommigen maken daar dan ook heel wat werk van... Ik niet, maar dat mag de pret niet drukken. Als Christi Janus - toepasselijk hè - loop ik zo alweer een week of anderhalf mee.


Met dat digitale poppetje wandel je vervolgens in die digitale wereld rond, ontmoet je andere digitale poppetjes - dus mensen - en neem je deel aan activiteiten, zoals een rondleiding door een museum of een dansavond met te harde muziek. Al met al een echte e-community dus. Een digitale representatie van het echte leven, zo je wilt. Met musea en bibliotheken, maar dus ook met koffieshops en pornoclubs. En natuurlijk alles tussen die twee grootheden in.


Enkele cijfertjes dan... Voor een tweede leven hebben zich inmiddels wereldwijd zo'n 3.500.000 mensen aangemeld, maar dit aantal groeit nog steeds en snel. In de afgelopen twee maanden waren daarvan ongeveer 1.200.000 mensen ook daadwerkelijk online te vinden. Op het moment van schrijven van dit bericht lopen iets meer dan 30.000 poppetjes rond in deze virtuele wereld. Ze kunnen trouwens ook vliegen daar, wat weer een voordeel is van zo'n wereld... Actuele cijfers zien? Open even de homepage van SL.

SL heeft een eigen economie met een eigen muntsoort, de Linden Dollar (L$), vernoemd naar de maker van de software, Linden Lab. Het klinkt ongelofelijk, maar per dag gaat er omgerekend ongeveer een miljoen dollar in deze wereld om. Dus geen Linden dollars nu, maar gewoon Amerikaanse! Mijn teller staat trouwens op L$ 1 in de min... Ik weet niet hoe ik dat voor mekaar heb gekregen, maar bijkopen van dollars gaat natuurlijk heel eenvoudig. Op dit moment moet de SL-economie het echter nog niet van deze archivaris hebben, ben ik bang.


Door al dat geld, en om andere redenen, weet ook het bedrijfsleven SL inmiddels te vinden. Multinationals als Philips en grote banken als ABN Amro zien SL als een voorbeeld van hoe het nieuwe internet er uit kan zien. Volgens critici is SL dan misschien niet meer dan een spelletje voor volwassenen... maar deze bedrijven nemen dat spelletje dus heel serieus. En in mijn ogen terecht. Ik kom daar later nog wel een keer op terug.

Voor lezers van NRC Handelsblad trouwens, staat in het katern Economie van zaterdag 10 februari 2007 op bladzijde 23 een groot artikel over de kijk van grote bedrijven op SL. Lezenswaardig, maar helaas (nog) niet digitaal.


Terug naar de wereld zelf dan. Een internationale wereld ook. In mum van tijd stapelen de overzeese contacten zich op. Het komt voor dat ik op één avond met poppetjes uit Amerika, Australië, Canada, Denemarken, Engeland enzovoort aan het buurten - voornamelijk chatten - ben. De voertaal in SL is dan ook Engels. De enige andere taal, die ik heb gehoord, is Frans. Typisch? Of toeval...

Door het internationale karakter heb je ook te maken met tijdverschillen. In SL geldt voor het gemak de Pacific Standard Time (GMT-8). Reken maar uit, als je bedenkt dat de meeste poppetjes nog altijd aan de andere kant van de oceaan hun eerste leven hebben. Hier gaan dus heel wat avonduren aan verloren... Maar ja, alles voor het algemene nut van ons beroep natuurlijk!

Kortom een virtuele wereld, vol kansen en mogelijkheden. Vooral de internationale dimensie van SL maakt namelijk al snel veel goed. Grenzen tussen landen en beroepen worden geslecht, boeiende contacten worden snel gelegd. En voor de van oudsher wat in zichzelf gekeerde archivarissenwereld is dat alleen al een goede zaak!

Een volgende keer meer over de mogelijkheden die SL biedt voor archivarissen. Maar eerst door dan eens te kijken naar onze naaste collega's, de bibliothecarissen. Die zijn namelijk al langer bezig SL te veroveren.

Merk trouwens tenslotte de lengte van dit bericht op, alle goede voornemens ten spijt... ;-)

ENGLISH TRANSLATION

My previous message was somewhat long. For those who know me this will hardly be a surprise... ;-) But for a blog it is kind of strange really. So, sorry, I will try to keep it in mind from now on.

Second Life
In My first customer I have showed you something about Second Life (SL). This time something more on that. What is SL? What can you do with it? And, later, do archivists have to be there?

SL is a virtual 3D world. A world that is completely designed and build by it's residents. It looks just like a computer game, but then one with real people. If you step in the world of SL, for a start you will have to make your own digital doodle. This thing - called an avatar - can be dressed up as much as you like. Some of the people out there spend lots of hours on that... However, I have not, but will still have fun. As Christi Janus - how suitable eh - I have been around for one week and a half now.


With your digital doodle, you will next walk around in this digital world, meeting other digital doodles - so, people - and while doing that, you can be participating in a variety of events like a museum tour or a dancing to music, that seems always much too loud. So, a real fine e-community this is. A digital representation of real life, as you like. With museums and libraries, but then again also with coffee shops and strip clubs. And of course everything in between those two opposites.


Here are some numbers... At this time, as many as about 3.500.000 people have registered for a second life world wide, but numbers are growing still. Last two months, about 1.200.000 people were in fact online. At the very time I am writing this article, a little bit more as 30.000 people are walking their way in this world. By the way, they could be flying too, which is another advantage of a world like this one... Would you prefer some up to date numbers? Check the homepage of SL.

SL has it's own economy with it's own currency, the Linden Dollar (L$), called after the programmer of the software, Linden Lab. It sounds like you can not believe this, but each day about one million dollar is transferred in this world. So, no Linden dollars this time, just American ones instead! By the way, my counter says minus L$ 1... I do not know how this has happened, but buying some dollars is extremely easy. However, I am afraid that at this very moment the economy of SL would have collapsed, if it depended on this particular archivist.


Because of all the money, and for some other reasons, companies know to find SL these days. Multinationals like Philips and big banking corporations like ABN Amro see SL as an example of how the new internet may look like. For critics SL may not be more than a computer game for grown ups... but these companies take that game very serious though. And, from my point of view, they should. I will get back to you on that.

By the way, readers of the NRC Handelsblad newspaper will find an interesting article on the question of how big companies look at SL. It is in the economy part of the paper, issue Saturday, February 10th 2007, page 23. Good reading, but unfortunately not yet available online.


Back to the world itself now. An international world too, that is. In really no time the overseas contacts pile up. It can happen that on one single evening I have been talking - chatting mostly - with digital people from America, Australia, Canada, Denmark, England and so on. The preferred language in SL will be English. The one other language that I have heard so far is French. Typical? Or just a coincidence...

Because of the international character, you have to deal with time zone difficulties as well. Just to make it easy on us, in SL they take the Pacific Standard Time (GMT-8) as the standard time. So use your math skills, if you know that most of the residents live their lives at the other side of the ocean. I have lost many evening hours already on this one... But I will do everything needed in the best interest of the future of our profession, of course!

In short, a virtual world, full of opportunities and possibilities. Especially the international dimension of SL makes up for it all very quickly. Borders between countries and professions tend to fade in here, fascinating people are met. And, for the world of archivists is traditional a bit self centered, this is a good thing!

So next time I will talk to you some more about the possibilities that SL offers to archivists. But first I will show you how our nearest colleagues, the librarians, are doing. They have been around far longer, conquering this new world.

And by the way, did you notice the length of this message again, although I had some great intentions... ;-)

11 februari 2007

Hoe simpel kan het zijn?

Vandaag maar eens een eenvoudig voorbeeldje. Het gaat om twee vragen die ik in het verleden zelf al in een nieuwsgroep heb beantwoord. Met deze voorbeelden wil ik laten zien in hoeverre dit verschilt van een normale inlichtingenprocedure op het werk. Niet de beste voorbeelden, maar voor dit doel wel geschikt.


De gebruikte berichten komen uit de bekende nieuwsgroep soc.genealogy.benelux, die gewoon via Google Discussiegroepen te volgen is. Als je je registreert, dan kun je zelf ook berichten plaatsen. Bij dergelijke nieuwsgroepen kun je je trouwens ook via je e-mailprogramma wel aanmelden. (Berichten komen dan in een aparte map te staan hoor.)


Tjee, spannend hè?! Valt dus nog wel mee... Zoals je ziet lijkt het allemaal erg op een normale vraag, zoals je die ook op het werk binnenkrijgt. Er wordt een vraag gesteld, er komt een antwoord van een archivaris en er volgt een bedankje. Niks bijzonders, tot we wat beter gaan kijken naar wat er nu eigenlijk gebeurt.

De vraag wordt door Kees immers niet aan een archief gesteld, maar in z'n algemeen ('Weet iemand...'). Alhoewel het beantwoorden van dit soort vragen lange tijd tot een soort van monopolie behoorde van de archieven, werkt dat nu heel anders. En dat is maar goed ook.

Let ook op de verwijzing die de vraagsteller legt naar de website van Tilburg. Het intrigeert mij sowieso al waarom de vraag wordt gesteld in een nieuwsgroep en niet aan een archief, maar het maakt me ook nieuwsgierig waarom Kees dacht het antwoord misschien bij Tilburg te kunnen vinden. Ik heb wel wat ideeën daarover... maar die zijn nu niet interessant.

En dan het antwoord. Het is voor Kees natuurlijk wat toevallig dat een archivaris zijn bericht beantwoord. Zelf heeft hij dit natuurlijk niet eens in de gaten, want ik maak me niet als zodanig bekend. Terwijl ik me toch nooit echt schaam voor m'n afkomst... ;-)

Kijk trouwens ook eens naar de tijd van reageren.

Nou, voor een eerste, simpele voorbeeld was dat wel genoeg. Je kunt er uren naar blijven kijken hè? Tenminste, als je daarbij gaat nadenken over het hoe en het waarom en zo. Maar ik moet niet overdrijven.


Hier wordt het alweer iets complexer. Nogmaals, ik laat dit voorbeeld zien om te laten zien wat de verschillen zijn met onze dagelijkse beslommeringen, niet om te laten zien hoe lastig het allemaal wel niet kan worden.


In dit voorbeeld wordt weer een vraag gesteld. Leo heeft blijkbaar meer vertrouwen in de service en lage tarieven van collega-onderzoekers. (En gezien alle vergelijkbare verzoeken in deze nieuwsgroep, is hij niet de enige.)

Weer een normale vraag... maar het geven van een antwoord ligt nu wat anders. In zo'n groep ben je namelijk slechts een van de deelnemers, dus kunnen ook anderen een antwoordje geven. In dit geval springt Hein, een bekende verschijning op onze studiezalen, even bij.

Kortom heb je vervolgens niet alleen met een antwoord op de oorspronkelijke vraag te maken, maar ook met een reactie op eventuele vorige berichten. De informatie daarin is namelijk niet altijd even correct. In dit geval valt het mee hoor. De verwijzing van Hein naar het 'SA', het Bossche stadsarchief, is onjuist, maar het zij hem vergeven.

Maar laat ik even verder redeneren. Hoe maak ik nu dat mijn antwoord eruit springt als zijnde het juiste? De een-op-een-relatie tussen ons en een vraagsteller is in een nieuwsgroep verleden tijd, onze meerwaarde in die groep vooralsnog onbekend en onze autoriteit en/of deskundigheid onbemind. We moeten onszelf dus herontdekken en bewijzen. (Maar we hoeven niet helemaal vanaf nul te beginnen hoor, in dit geval!)

Vragen, vragen, vragen...
Nee hoor, vanaf deze blog geen huiswerkopdrachten of zo. Hieronder som ik alleen wat zaken op waarmee we rekening zouden moeten houden als we ons in dit soort groepen gaan bewegen. En dat geldt dus niet alleen voor nieuwsgroepen, maar ook voor veel andere vormen van e-communities.


  • Zet je als archief iets nieuws op of sluit je aan bij het (soms particuliere) initiatief van een ander?


  • Wat gaat je meerwaarde als archief eigenlijk zijn? Wat gaat je dus onderscheiden van al die andere deelnemers? Zonder meerwaarde kunnen we ons de moeite immers besparen, toch...


  • Waar en wanneer houd je je hiermee bezig? Is dit het begin van dienstverlening de klok rond?


  • Hoe presenteer je jezelf als archief in deze e-communities? Als persoon, als archivaris, als instelling?


  • Hoe ver ga je in je deelname? En wat mag dat eigenlijk kosten? Je kunt namelijk niet alles doen en moet dat ook niet willen.

Allemaal vragen die we zullen moeten beantwoorden. Op het BHIC - maar daarover een andere keer meer - zijn we onder andere op dit vlak al bezig met het zoeken naar antwoorden. Een leuke ontdekkingstocht!

09 februari 2007

Meerwaarde en mentaliteit

In mijn bericht van een halve week geleden schrijf ik over een verschrikkelijke ontwikkeling: we verliezen in snel tempo onze marktpositie! Vroeger moest je bijvoorbeeld met je vragen over genealogie nog bij het archief zijn, vandaag kun je misschien beter hulp zoeken in een nieuwsgroep. Echt verschrikkelijk? Nee hoor, helemaal niet.

Laten we dit proces juist toejuichen. Laten we hen, die ons overbodig zouden maken, juist een handje extra helpen... Maar laten we vooral onze dienstverlening naar het gebied buiten de muren - ook de huidige digitale - van onze archieven verleggen. Laten we ons begeven in e-communities! Daar zitten namelijk veel klanten: oude en nieuwe.

We zullen wel moeten veranderen natuurlijk. Maar dat wisten we al... toch? Andere rollen, andere mentaliteit.

Als we ons bijvoorbeeld begeven in communities zoals een nieuwsgroep, dan zijn we niet meer automatisch de autoriteit, wiens wijze woord, brief of e-mail de waarheid bevat voor de klant. Er zal geen vraag meer worden gesteld aan ons met als aanhef de zeer geachte heer archivaris. Maar ook niet aan ons als de beste archivaris. In beginsel zal er zelfs helemaal geen vraag meer worden gesteld aan ons als archivaris...

Nee, we zullen gewoon een van de vele deelnemers zijn in zo'n community. We moeten dan dus onze meerwaarde voor de klant (her)ontdekken en duidelijk maken binnen de groep. We moeten onze autoriteit als deskundige - als we die autoriteit wel willen zijn - opnieuw vestigen. We moeten trouwens ook onze rol als leverancier van archief tegenover die van de consument daarvan herzien.

Maar eigenlijk lopen we daarmee nu al een beetje achter de feiten aan hoor. Die rol is namelijk al herzien... door onze klanten, door internet enzovoort! En eigenlijk, al merken we het misschien niet altijd zo bewust, zitten we al deels in onze nieuwe rol. Deelname in communities versterkt die ontwikkeling alleen maar extra.

Oh ja, en de fysieke studiezaal dan? Nou, voorlopig blijft die nog wel even bestaan hoor, al loopt hij langzaam (bijna) leeg. Maar die zaal is straks - soms nu al - niet meer het centrum van onze dienstverlening. Eigenlijk wordt dat hele gebouw steeds minder van belang daarvoor, tenminste niet zoals we daar nu die functie aan toekennen. Eigenlijk maken al die traditionele elementen in onze huidige dienstverlening over een tijdje nog maar een heel klein deeltje uit van wat we dan zien als ons dienstenpakket.

Poeh... als ik dit teruglees, dan valt het allemaal nog niet mee hè. De komende dagen zal ik me daarom eens richten op wat concrete voorbeelden. Dan begrijp je misschien beter wat ik bedoel. Maar bedenk: het ligt vooralsnog niet aan jullie, maar aan mij... ;-)

07 februari 2007

Liever chatten dan bellen

Even tussendoor... Vandaag staat in het Brabants Dagblad een artikel over chatten met de Kindertelefoon. Gewoon maar even een paar quotes:

Kinderen die kampen met grote problemen bespreken dat liever via internet dan via de telefoon. Ze vinden het minder eng om met een hulpverlener te chatten, 'praten' via internet, dan te bellen. Bovendien is chatten goedkoper en hebben de kinderen tijdens een chatsessie meer tijd om over hun probleem na te denken.

Critici stellen dat chatten een groot nadeel heeft ten opzichte van de telefoon, omdat de hulpverleners de kinderen niet kunnen horen. De hulpverleners nemen niet iemands stem, intonaties of pauzes waar. Daardoor zouden ze minder kunnen zeggen over de emotionele toestand van een kind.

Nu blijkt uit het onderzoek dat contacten via internet dezelfde diepgang krijgen als telefonische gesprekken.

De Kindertelefoon wil het aantal chaturen uitbreiden van tien uur naar 42 uur per week.


Van het onderzoek is een rapport verschenen. Daarin staat nog de aardige quote:

In 2003 zijn we ons aanbod gaan uitbreiden met chat. Geen e-mail: 'dat is voor volwassenen en lijkt teveel op de ouderwetse geschreven brief', zo werd ons te verstaan gegeven. Chat is cool, chat is snel en je hebt meteen een antwoord op je vraag.


Archivarissen, er groeit een generatie op die niet beter weet dan dat er internet is, dat er mobiele telefoon is, sms en chat en dat er altijd op elk moment van de dag gecommuniceerd kan worden! Wij mogen hierin toch niet achterblijven hè?

05 februari 2007

De functies van een archief

Wat kun je nu dus met dat vorige bericht? Dat was de vraag. Moeten alle archivarissen zich op Second Life storten of zo? Nee hoor, alleen geloof ik dat er meer aandacht moet komen voor e-communities. Ik zal proberen mijn gedachtengang uit te leggen.

Vroeger was de wereld van het archiefonderzoek redelijk eenvoudig. Als je onderzoek wilde doen, dan ging je naar een archief. Wilde je wat vragen, dan schakelde je de hulp van een archivaris in. En in de kantine ontmoette je mede-onderzoekers, die je ook weer verder konden helpen. Het was er zelfs wel gezellig...

Maar wat wij de studiezaal noemen, is al een paar jaar niet meer de studiezaal van onze bezoekers, of klanten. Je moet dat woord vanaf nu dan ook maar even vergeten. De studiezaal is namelijk gewoon een fysieke ruimte waarin een aantal functies samenkomen, die interessant zijn voor onze klanten. En om die functies gaat het nu echt. Laten we dus gewoon maar eens kijken naar een aantal van die functies. Oké?

Zo was het archief de enige plek waar de noodzakelijke bronnen ingezien konden worden. Ook was er deskundige hulp - ik heb het over onszelf hè - en kon je er andere onderzoekers ontmoeten om informatie uit te wisselen. Dus onderzoek zonder archiefbezoek? Eigenlijk onmogelijk. Alle onderzoeksfuncties kwamen samen in de studiezaal.

En nu?

Er staat al een berg informatie online. Niet alleen toegangen en indexen, maar ook steeds meer de originele bronnen zelf. En echt niet alleen op de websites van archieven hoor! Een goed voorbeeld van een particulier initiatief is het lovenswaardige project Van papier Naar Digitaal.

Voor hulp kun je terecht op allerlei websites, met veel nuttige informatie. Hiervan is geneaknowhow.net een prima voorbeeld. En ook kun je natuurlijk je vragen kwijt op internet, bijvoorbeeld in een nieuwsgroep als Genealogie Benelux of in een van de talloze regionale varianten. Deskundige onderzoekers volgen deze groepen ook en er is een handig berichtenarchief. Handleidingen, cursussen... allemaal online beschikbaar!

Deze voorbeeldwebsites zijn ook nog eens allemaal met elkaar verbonden. Los van onze archiefdiensten is zo dus een e-community - en zo zijn er nog veel meer - ontstaan, die de ons vertrouwde studiezaal in snel tempo overbodig maakt. We helpen daar zelf trouwens hard aan mee hè! En dat is allemaal prima... ;-)

Een volgende keer meer hierover. Dus tot later!

03 februari 2007

Mijn eerste klant / My first customer

For English translation, please see the blue text below

Altijd lastig, zo'n eerste bericht...

Ik begin maar gewoon met een heel concreet voorbeeldje: mijn eerste klant in Second Life. Huh, welk leven? Ja, je leest het goed: m'n tweede... Vraag er verder nog maar even niet naar. Ik leg het later allemaal wel een keer uit.

Second Life dus. Hieronder zie je me met die eerste klant, die door het tweede leven gaat als Jojo Voyager. Ik ben zelf trouwens die knappe vent in dat oranje shirt.


Jojo is natuurlijk niet z'n echte naam hè! Die weet ik niet eens... maar het is wèl een echte persoon. Om wat preciezer te zijn: een Deense bibliothecaris.

Aan mij, als nieuw lid van de groep bibliothecarissen in Second Life - er is nog geen groep voor archivarissen, vandaar - vroeg deze Deen m'n hulp. Samen met collega's onderzoekt hij namelijk de mogelijkheden om een nieuwe vestiging van hun bibliotheek te openen... in Second Life!

Nou, ik heb hem heel vriendelijk te woord gestaan en heb hem vervolgens correct doorverwezen naar mensen die slimmer zijn dan mij. Het lijkt dus wel of ik op het werk ben... ;-)

Tja, wat kun je nu met dit verhaaltje, denk je? Nog niet zo veel misschien, maar misschien ook al wel. Het is gewoon een voorbeeld. Een voorbeeld van het helpen van klanten in een e-community. Een digitale wereld, in dit geval eentje met gebouwen, boompjes en echte mensen en zo. Lekker concreet dus. Dan kunnen we wat wennen hè?

Tot later!

ENGLISH TRANSLATION

Always difficult, the first post...

I might as well start with a very concrete example: my first customer in Second Life. Huh, what life? Yes, your reading is correct: my second... For now, don't ask me about it. I will explain later.

So, Second Life it is. Below you will see me with this first customer of mine, who walks through his second life being called Jojo Voyager. By the way, I would be the handsome guy in the orange shirt.


Of course, Jojo is not his real name! I do not even know that one... but he is a real person for sure. To be somewhat more exact: a Danish librarian.

To me, as a new member of the librarians group in Second Life - there is not yet an archivists group, so that's why - this Danish person asked my help. Together with some colleagues he is exploring the possibilities of opening a new location of his library... in Second Life!

Well, I answered him very friendly and referred him to some people that are a lot smarter than I am. It seems like my work already... ;-)

Ok, what to make of this little story, you think? Well, not that much maybe, but maybe much indeed already. It is just an example. An example of helping customers through an e-community. A virtual world, in this case one that has buildings, little trees and real people and all that. So nicely concrete. Enough to let us get used to this, right?

Talk to you later!